In het vak heet elke vorm die niet rond is een fancy shape. Deze vijf zijn allemaal briljantslijpsels, dus ze schitteren, maar elk heeft een eigen karakter.
Ovaal
Een ovaal heeft de levendigheid van een ronde briljant en oogt groter bij hetzelfde gewicht. Hij laat de vinger langer lijken en heeft geen scherpe punten, wat hem makkelijk draagbaar maakt.
Peer
Rond aan de ene kant, puntig aan de andere. Een peer (druppel) wordt meestal gedragen met de punt naar de vingertop, maar niets ligt vast. De punt is kwetsbaar en hoort door een pootje te worden afgedekt.
Markies
Een lange vorm met twee punten, als de romp van een boot. Het verhaal gaat dat de markies (marquise) zijn naam kreeg aan het hof van Lodewijk XV. Van alle vormen oogt hij per karaat het grootst. Beide punten hebben bescherming nodig.
Cushion
Een vierkante of licht rechthoekige vorm met afgeronde hoeken, als een kussen. De cushion (kussenslijpsel) stamt af van de old mine cut uit de achttiende en negentiende eeuw en geeft een zachtere, bredere schittering dan een ronde steen. Hij past goed bij vintage ontwerpen.
Princess
Een vierkante briljant met scherpe hoeken, een modern slijpsel uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Strak en grafisch. De vier hoeken zijn de zwakke plekken en horen onder de pootjes.
Waar je op let
Het vlinderdas-effect (bow tie). Ovaal, peer en markies laten vaak een donkere band over het midden zien, in de vorm van een vlinderdas. Een lichte is normaal. Een zware haalt het leven uit de steen. Geen enkel certificaat vermeldt het, dus je moet de steen zien, of een video ervan.
De verhoudingen. De verhouding tussen lengte en breedte bepaalt of een ovaal mollig of slank oogt. Het is een kwestie van smaak, dus vergelijk er een paar.
Kleur. Langwerpige vormen laten aan de punten net iets eerder een tint zien dan een ronde briljant.
Voor deze vormen geeft het certificaat (grading report) geen slijpgradering, dus het oog van een goudsmid is veel waard. Voor alle families, zie slijpvormen.




