De ronde briljant heeft 57 facetten, of 58 als je het kleine facet helemaal aan de punt, het kollet, meetelt. De verhoudingen die vandaag nog steeds de maatstaf zijn, gaan terug op Marcel Tolkowsky, die in 1919 uitrekende welke hoeken het meeste licht teruggeven.
Waarom hij het meest schittert
Elk facet van een ronde briljant is zo geplaatst dat licht dat van boven binnenvalt, via de bovenkant weer naar buiten wordt gestuurd. Als de verhoudingen kloppen, lekt er maar heel weinig licht weg via de onderkant. Nauwkeurig geslepen stenen laten van boven een patroon van acht pijlen zien en van onderen acht hartjes, bekend als hearts and arrows.
De enige slijpvorm met een slijpgradering
Het GIA kent alleen aan standaard ronde briljanten een slijpgradering toe, van Excellent tot Poor. Bij elke andere vorm moet je het slijpsel zelf beoordelen, of samen met een goudsmid, aan de hand van de verhoudingen en van hoe de steen eruitziet. Bij een ronde briljant vertelt het certificaat (grading report) het je. Van de vier C's is het slijpsel de C waarop je niet moet inleveren.
Vergevingsgezind
Omdat hij zoveel wit licht teruggeeft, verbergt een ronde briljant een lichte tint en kleine insluitsels beter dan andere slijpvormen. Je kunt vaak een stapje lager gaan in kleur of zuiverheid dan bij een trapslijpsel, zonder dat je verschil ziet.
De duurste per karaat
Bij het slijpen van een ronde steen gaat er meer van het ruwe kristal verloren dan bij de meeste andere vormen, en de vraag is het grootst. Een ronde briljant kost daarom meer dan een ovaal of een cushion van hetzelfde gewicht en dezelfde kwaliteit. Vind je grootte belangrijker dan de klassieke vorm, kijk dan naar de andere briljantslijpsels.
Zettingen
De ronde briljant past bij alles: een solitair met vier of zes pootjes, een kastzetting, een halo, een rij kleine steentjes in een ring. Hij heeft geen punten die bescherming nodig hebben. Voor een overzicht van alle families, zie slijpvormen.






