De kleur van een diamant wordt tegenwoordig beoordeeld op de GIA-schaal van D, kleurloos, tot Z, lichtgeel. Voordat die schaal zich in de jaren vijftig verspreidde, gebruikte de handel namen, en die namen leven voort: op oudere certificaten, in taxaties, in veilingbeschrijvingen van beroemde stenen en in de mond van oudere handelaren, vooral in Antwerpen, Amsterdam en Scandinavië. Ze kennen scheelt verwarring als je een ring erft met een papier waarop "Top Wesselton VS" staat.
Waar de namen vandaan komen
De meeste zijn namen van Zuid-Afrikaanse mijnen en vindplaatsen waarvan de stenen om een bepaalde kleur bekend stonden. Diamanten uit de Jagersfontein-mijn werden geprezen om een blauwachtig wit, dus "Jager" werd de top van de schaal. Stenen uit riviergrind waren witter dan die uit de mijnen, vandaar "River". Wesselton is een mijn bij Kimberley waarvan de stenen mooi wit waren. "Cape" stond voor de gelige stenen die typisch waren voor de mijnen van de Kaapprovincie. "Crystal" en "Silver Cape" vulden de treden ertussen. De schaal is nooit helemaal gestandaardiseerd, dus de Wesselton van de ene handelaar was de Top Crystal van de andere.
De oude namen en de letters
De tabel volgt de overeenkomst die CIBJO en de Scandinavische nomenclatuur hanteren, het dichtst bij een officiële vertaling.
| Oude naam | GIA-letters | Omschrijving |
|---|---|---|
| Jager | D | Uitzonderlijk wit +, met een blauwe zweem |
| River | D, E | Uitzonderlijk wit |
| Top Wesselton | F, G | Zeldzaam wit |
| Wesselton | H | Wit |
| Top Crystal | I | Licht getint wit |
| Crystal | J | Licht getint wit |
| Top Cape | K, L | Getint wit |
| Cape | M, N | Getinte kleur, zwak geel |
| Lichtgeel | O tot R | Getinte kleur |
| Geel | S tot Z | Getinte kleur, duidelijk geel |
De oude schaal heeft minder treden dan de nieuwe. Een steen die als Wesselton verkocht is, kan vandaag een H zijn of een G die een zorgvuldige beoordelaar Top Wesselton had genoemd, en van een steen met een oud papier mag je niet aannemen dat hij bovenaan zijn band zit.
"Blauwwit" en andere termen die niet meer mogen
"Blauwwit" was ooit de hoogste lof voor een diamant en later de meest misbruikte term in de handel, geplakt op alles wat kleurloos of fluorescerend was. Het is verboden in de regels van CIBJO en in de Amerikaanse handelsregels, en een verkoper die het vandaag gebruikt is ouderwets of slordig. Hetzelfde geldt voor "commercieel wit", "fijn wit" en de rest van het vage vocabulaire. De letters bestaan opdat een graad in Antwerpen hetzelfde betekent als in Tokio.
De oude zuiverheidstermen
Zuiverheid had zijn eigen oudere woorden. "Loepzuiver" is het huidige flawless en internally flawless. VVS, VS en SI zijn dezelfde graden als nu, soms zonder de 1 en 2. "Piqué", Frans voor geprikt, dekte de zichtbare insluitsels die nu I1 tot I3 heten; "eerste piqué", "tweede piqué" en "derde piqué" duiken op in Belgische en Nederlandse papieren. Lees meer over wat er in een certificaat staat.
Wat je doet met een oud certificaat
Een oud papier is een beschrijving van de steen door iemand op een bepaald moment, geen garantie. Heeft de diamant waarde, laat hem dan opnieuw beoordelen door een onafhankelijk laboratorium; de kosten zijn klein vergeleken met het verschil tussen een Wesselton die een G blijkt en een die een I blijkt. Een goudsmid kan de steen los voor je insturen en hem daarna opnieuw zetten. Zie ook de vier C's en taxatie en verzekering.
