Een lab-grown diamant is diamant. Het is gekristalliseerde koolstof met dezelfde hardheid, dezelfde schittering en dezelfde chemische samenstelling als een gedolven steen. Het verschil zit in waar hij is ontstaan: in een reactor in een paar weken, in plaats van diep in de aarde gedurende een heel lange tijd.
Hoe ze gemaakt worden
Er zijn twee methodes. HPHT (high pressure, high temperature: hoge druk, hoge temperatuur) bootst de omstandigheden in de aarde na. Bij CVD (chemical vapour deposition) groeit het kristal laag voor laag uit een koolstofrijk gas. Beide leveren stenen op die daarna precies zo geslepen en gepolijst worden als gedolven diamanten.
Geen imitatie
Verwar lab-grown diamant niet met imitaties. Zirkonia (cubic zirconia) en moissaniet zijn andere materialen die alleen op diamant lijken. Een lab-grown diamant is met het blote oog of een loep niet te onderscheiden van een gedolven diamant. Laboratoria kunnen ze met gespecialiseerde apparatuur wel uit elkaar houden.
Op dezelfde manier beoordeeld
Lab-grown diamanten worden beoordeeld op dezelfde vier C's. In het certificaat staat duidelijk dat de steen in een laboratorium is gegroeid, en het certificaatnummer is meestal met een laser in de rondist van de steen gegraveerd. Lees meer in diamantcertificaten.
Prijs en waarde
Een lab-grown diamant kost duidelijk minder dan een gedolven steen van dezelfde kwaliteit. Voor hetzelfde budget koop je dus een grotere of betere steen. De keerzijde: de prijzen zijn gedaald naarmate de productie groeide, en de waarde bij doorverkoop is laag en onzeker. Koop hem om wat hij is, niet als belegging. Dat geldt trouwens ook voor de meeste gedolven diamanten.
Welke kies je
Mensen kiezen voor lab-grown vanwege de prijs, of omdat ze een steen willen zonder mijnbouwverleden. Anderen kiezen een gedolven steen vanwege de natuurlijke herkomst, of hergebruiken een erfsteen, waarvoor helemaal geen nieuwe productie nodig is. Een goudsmid kan met alle drie werken. Geef aan waar je voorkeur naar uitgaat wanneer je je sieraad omschrijft.


