Robijn en saffier zijn hetzelfde mineraal: korund. Sporen van chroom kleuren het rood, en alleen de rode stenen heten robijn. Waar roze saffier ophoudt en robijn begint, is een kwestie van inschatting, en laboratoria trekken die grens niet altijd op dezelfde plek.
Hard genoeg voor elke dag
Robijn heeft een hardheid van 9 op de schaal van Mohs, net onder diamant. De steen is geschikt voor ringen die je dagelijks draagt.
Wat een robijn waardevol maakt
Kleur komt op de eerste plaats: een zuiver, verzadigd rood, niet te donker en niet te roze. In de handel heet de mooiste kleur "duivenbloed". Bijna elke robijn heeft insluitsels; bij een volkomen schone steen is het verstandig om nog eens goed te kijken. Grote robijnen van mooie kwaliteit zijn heel zeldzaam, zeldzamer dan diamanten van hetzelfde formaat, en de prijs per karaat loopt met de grootte steil op.
Behandelingen: één gewoon, één om te mijden
Verhitten is bij robijn gebruikelijk en geaccepteerd, net als bij saffier, zolang het wordt vermeld. Iets heel anders is de met loodglas gevulde robijn, ook wel composietrobijn genoemd. Daarbij wordt materiaal van lage kwaliteit met glas gevuld, zodat het doorzichtig lijkt. Deze stenen kosten heel weinig en zijn kwetsbaar: de hitte van de brander van een goudsmid, en zelfs huishoudelijke zuren zoals citroensap, kunnen ze beschadigen. Ze moeten worden verkocht als wat ze zijn. Is een grote, schone robijn goedkoop, vraag dan hier als eerste naar.
Birma, Mozambique, Thailand: wat herkomst doet
Bij robijn is herkomst een echte prijsfactor. Het algemene beeld lees je in maakt herkomst uit?
Myanmar (Birma), en dan vooral de vallei van Mogok, is de klassieke vindplaats. Birmese robijnen zijn in marmer gegroeid en bevatten heel weinig ijzer. Daardoor fluoresceren ze sterk: bij daglicht lijkt de steen van binnenuit rood te gloeien. Voor mooie Birmese robijnen worden de hoogste prijzen van alle kleurstenen betaald. Robijnen uit Mong Hsu, ook in Myanmar, zijn bijna altijd verhit.
Mozambique is de belangrijkste bron sinds er in 2009 grote afzettingen rond Montepuez werden gevonden. Deze robijnen bevatten meer ijzer en gloeien daardoor iets minder, maar de beste zijn zuiver, verzadigd rood, en schone stenen van een flink formaat zijn verkrijgbaar. Bij gelijke kwaliteit kosten ze aanzienlijk minder dan Birmese stenen.
Thailand en Cambodja leverden in de twintigste eeuw de meeste robijnen ter wereld. Ze komen uit ijzerrijk basalt en zijn doorgaans donkerder, met een bruinige of paarsige zweem, en ze zijn bijna altijd verhit.
Andere vindplaatsen zijn onder meer Vietnam, Tadzjikistan en Afghanistan, alle drie met robijnen van het marmertype die op Birmese stenen kunnen lijken, en Madagaskar, Tanzania en Groenland.
De handel in Birmese robijnen is op sommige momenten door sancties beperkt geweest. Vraag bij een dure steen om een laboratoriumrapport waarin behandeling en herkomst staan, en vraag de goudsmid wat er bekend is over de weg die de steen heeft afgelegd.
Bekijk sieraden met robijn van onafhankelijke goudsmeden, of beschrijf het sieraad dat je voor ogen hebt.




